voor wijkbewoners
houtkachel

Hout stoken zonder overlast

We hebben hier de richtlijnen voor stoken zonder overlast bij elkaar gezet. We hebben diverse rapporten en ter zake deskundigen geraadpleegd. Geen snel en kort lijstje tips, zoals meestal op de excuuspagina van de kachelverkopers, maar alles passeert hier de revue met het waarom erbij.

Zijn we niet volledig of klopt er iets niet volgens jou? Neem dan contact op! We hebben deze pagina in onze kennisbank opgenomen, omdat het duidelijk is dat de overlast door houtrook een stuk minder kan zijn als je je houdt aan de richtlijnen van goed stoken. Dat kan al veel helpen om overlast weg te nemen of in ieder geval een heel stuk te verminderen. Een goed vuurtje stoken is lastiger dan je denkt!

Gebruik goed en goed gedroogd hout

Gebruik nooit hout met lijm (spaanplaat en multiplex), met andere verontreinigingen (teer, beits of impregneer) of geverfd hout. Daar komen zware metalen en allerlei andere schadelijke stoffen bij vrij (dat is ook verboden).

  • Het hout moet voldoende droog zijn: 12% is ideaal, 15% kan nog net (ook i.v.m. microbiologische afbraak). 20-25% is veel te vochtig!
  • Gebruik klein gekloofd hout, blokken van max 500 gr (bij 25 – 30cm lengte). Hout dat te grof is of niet is gekloofd is ongeschikt om te stoken. In de gebruiksaanwijzing van de kachel zijn de juiste afmetingen van de houtblokken vermeld. Dikke blokken kun je wel misschien wel verbranden, maar het probleem is dat dikke blokken veel langzamer de juiste vergassingstemperatuur krijgen dan dunnere blokken. En in die langere tijd veel meer schadelijke stoffen produceren!
  • Stukhout kan te droog zijn, dat geeft een te snelle ontgassing en betekent een hogere uitstoot.
  • Eiken heeft, nadat hout gezaagd en gekloofd is zeker 3 jaar (!) nodig om onder de 15% te komen Gedroogd eikenhout wat al een jaar ligt is misschien aan de buitenkant 18-20%  maar in de kern nog zeker 30%. Dan is het dus nog véél te nat!
  • Wilg, populier (brandt veel te snel), kastanje, esdoorn (onprettige geur) zijn ongeschikte houtsoorten.
  • Te nat hout stoken is feitelijk (helaas niet juridisch) een milieudelict. Als het hout te nat is, komt er bij het verbranden veel waterdamp vrij. Waterdamp koelt het brandbare gas dat uit het hout ontwijkt sterk af. De waterdamp neemt zoveel ruimte van de verbrandingskamer in dat deze de (hete) verbrandingslucht verdringt, waardoor meer onverbrande stoffen ontstaan zoals koolwaterstoffen en roet. De verbranding verloopt dan slecht. De zuurstof mengt zich slecht met het houtgas en het houtgas kan onverbrand de kachel verlaten. Hierdoor zal de kleur van de vlam niet geel maar oranje zijn. Dergelijk houtgas bevat veel sterk ruikende en sterk (milieu)vervuilende verbindingen.
Vocht meten in hout
Meet het vocht met een vochtmeter op 3 punten

Hoe kun je het vochtpercentage vaststellen? Je kunt het wegen, maar dan moet je exact de houtsoort bepalen, en dan het gewicht per volume nemen. Dat vereist nogal wat kennis.

Beter is het om te meten met een houtvochtmeter (kost tussen de € 15 en € 25): je moet op 3 punten meten, haaks op de nerf en aan de gekloofde kant van het hout.

Meet diep genoeg en niet alleen aan de buitenkant.

Hout drogen

Als je zelf hout droogt, let dan op de volgende zaken: hout droogt niet door de zon, maar door de wind. Als de kopse kant in de zon ligt kan dit zelfs het droogproces vertragen: het water moet aan de kopse kant verdampen. Als je meer rijen achter elkaar legt, zorg dan dat deze los van elkaar liggen! Ongeveer 30 cm van de grond, vochtige lucht zakt naar beneden en kan dan door de wind worden afgevoerd.. Om deze reden moet je het hout dus niet onder een afdekzeil leggen! Het hout kan dan ook gaan schimmelen. In droge winterlucht droogt het hout beter dan in vochtige zomerlucht. Het hout moet aldus minimaal 2 jaar drogen (dit verschilt per houtsoort: eiken moet 3 tot 4 jaar drogen)! Controleer het droogproces, check ook of het niet te snel gaat. 

Op deze pagina gaan we in op welke houtsoorten nu geschikt zijn om mee te stoken.

hout drogen

Als je hout inkoopt, pas dan op met ovengedroogd hout (in veel supermarkten en op stations te koop). Dat heeft soms maar één dag in de oven gelegen en is dan nog veel te nat. Ovengedroogd hout is niet milieuvriendelijk en geeft ook vaak een nare geur af als je het in de kachel stookt.

Aanmaken van de kachel

Het allerbelangrijkste is dat de houtkachel zo snel mogelijk naar 600 + graden gaat: de houtgassen branden dan schoon. Om te beginnen: gebruik veel en goed aanmaakhout. Gebruik liever niet het haardhout (bijv. eiken) maar droog vuren hout. Dit hout is verder niet zo geschikt om mee te stoken, maar als aanmaakhout wel. Gebruik veel aanmaakhout, echt een flinke bundel van zeker 10-15 latjes! Gebruik goede aanmaakblokjes, liefst aanmaakbriketjes gemaakt van pijnboomkrullen. Deze briketjes zijn reukloos en schoon (milieuvriendelijk).

En dan het aanmaken zelf: doe dat volgens de zogeheten Zwitserse methode (ook wel omgekeerde methode genoemd), deze bestaat uit de volgende 4 stappen:

Stap 1.

Zet de luchttoevoer van de kachel helemaal open! Begin met grote blokken, gekloofde kant naar boven. Zorg dat er voldoende lucht bij kan. Stapel van groot naar klein(er).


Stap 2.

Leg haaks daarop nog een laag, gekloofde kant naar boven.

Eveneens voldoende uit elkaar zodat er lucht bij kan.


Stap 3.

Leg dan een aantal lagen met de aanmaakhoutjes.

Per laag kruiselings op de onderliggende laag met voldoende tussenruimte.


Stap 4.

Leg de aanmaakblokjes (liefst aanmaakbriketjes gemaakt van pijnboomkrullen) erop, steek als laatste de aanmaakblokjes aan. Doe de deur van de kachel dicht.

zwitsers1
zwitsers2
zwitsers3
zwitsers4

Steek een kachel nooit aan met kranten of papier! Dit vervuilt enorm, ook door de inkt. Het aanmaken van een houtkachel via de traditionele of padvindersmethode (van onder naar boven) geeft ongeveer net zoveel uitstoot (en dus overlast) als 3 uur stoken op een goede manier. Doe dat dus liever niet! Hout geeft veel rook en uitstoot als de temperatuur te laag  is en er brandhout in de vlammen ligt. Houdt tijdens het stoken de luchttoevoer open! Als je gaat smoren, wordt de verbranding onvolledig en gaat de kachel steeds meer vervuilende stoffen uitstoten. Ook bij het uit laten gaan, houdt de luchttoevoer open en laat het hout gewoon uitbranden.

Stookalert en weersomstandigheden

Houdt altijd rekening met de weersomstandigheden. Stook niet als het windstil is of als er mist hangt. De rookgassen blijven dan om het huis hangen en veroorzaken overlast bij de buren. Dit is schadelijk voor de gezondheid van u en van uw buren! Het RIVM heeft een stookalert (werkt wel wat grofmazig per provincie), beter kun je dan de Stookwijzer raadplegen, die werkt op postcode-niveau. Een windkracht van minder dan 2 op de schaal van Beaufort wordt beschouwd als windstil weer.

Het rookkanaal

Zorg voor een goed schoorsteenkanaal. Een rookkanaal moet voldoende trek hebben, maar ook weer niet te veel. Weersomstandigheden kunnen van invloed zijn op de trek in de schoorsteen. De schoorsteen moet liefst boven de nok van het huis uitsteken. De trek wordt ook beïnvloed als er veel bomen vol in het blad rondom het huis staan. Wat voor soort kap zit er op de schoorsteen? Een regenkap voorkomt vochtproblemen (bevriezing en uitzetting met als gevolg scheuren). Er zijn ook zogenaamde trekkappen (ook tegen de regen), die trek-bevorderend kunnen werken voor het geval je rookkanaal zelf een minder goede trek heeft. Veel RSV kanalen hebben vaak te veel trek, soms pas als de rookgassen flink heet zijn want daardoor gaat je schoorsteen steeds harder trekken. Als je een “gejaagd” vuur in je kachel ziet en het hout snel wordt verbrand, trekt de schoorsteen zo hard, dat ook een groot deel van de warmte door de schoorsteen verdwijnt. Informeer in dat geval eens naar de mogelijkheden van een automatische trekbegrenzer (ook wel instelbare trekregelaar genoemd). Een trekbegrenzer opent en sluit zichzelf automatisch, m.a.w. hoe meer trek hoe meer de trekbegrenzer zich opent en daardoor de schoorsteentrek vermindert. Een veel gemaakte fout is om dan de luchttoevoer te knijpen, met het effect van een onvolledige verbranding en dus meer uitstoot van vervuilende stoffen en fijnstof!

Heb je twijfel over de trek van je rookkanaal? Je kunt je rookkanaal laten beoordelen en een trekmeting laten uitvoeren door een kachel/haardenspecalist, die hebben er speciale apparatuur voor. Je kunt overigens de trek niet meten met een brandende prop krantenpapier onder je schoorsteenpijp!

Het rookkanaal moet glad zijn en zo recht mogelijk. Hoe gladder de binnenwand, des te beter is de trek (dit bevordert de stroomsnelheid van de afvoergassen) Er moet zo min mogelijke warmteverlies optreden: in een warm rookkanaal is de trek beter. Het schoorsteenkanaal moet lekdicht zijn, dat is nogal eens een aandachtspunt bij een gemetseld schoorsteenkanaal. Gemetselde rookkanalen zijn minder geschikt. Het zijn vaak schoorstenen die gemaakt zijn voor open haarden. Ze hebben een groot rookkanaal (vaak 20 bij 20 cm of meer) en dat is te groot voor een moderne schone houtkachel. Een gemetseld kanaal koelt veel sneller af dan een modern dubbelwandig rookkanaal. Dit betekent minder trek, sneller aanslag en soms ook water in de schoorsteen door condensatie (bij de vergassing van hout komt zo’n 300-400 ml waterdamp vrij!). Hoe warmer de rookgassen zijn, des te beter zal het rookkanaal trekken.

Bij een gemetseld rookkanaal, kun je overwegen om een RVS, twin/dubbelgedraaide flexibele buis te laten aanbrengen (eventueel geïsoleerd met onbrandbare perliet korrels).

Vegen!

Laat je schoorsteen minimaal één keer per jaar vegen en ook beoordelen door een erkend bedrijf (aangesloten bij de Algemene Schoorsteenvegers Patroons Bond (ASPB)). De meeste brandverzekeringen stellen geen specifieke eisen aan het plaatsen van een houtkachel. Wel gaan zij ervan uit dat verzekerde zorgvuldig handelt en regelmatig de schoorsteen laat vegen. Bewaar daarom altijd een bewijs van de schoorsteenveger. Als er weinig trek is (minder dan je gewend bent, laat dan controleren of er geen vogelnest of andere blokkade in je schoorsteen zit, ook vanwege het brandgevaar.

De kachel zelf

Ook de kachel zelf bepaalt of je goed kunt stoken. Kachels van 10 jaar en ouder zijn wat uitstoot betreft eigenlijk niet meer geschikt. Ze hebben veel te hoge emissiewaarden. Je kunt onderzoeken of je met behulp van een katalysator (houtrookfilter) direct achter de kachel in de afvoerpijp de uitstoot van stank en vervuilende stoffen kunt beperken.

Zorg er voor dat je houtkachel het juiste vermogen heeft. Het vermogen van de kachel wordt uitgedrukt in kW en geeft de hoeveelheid warmte aan die de kachel kan produceren. Het vermogen moet passen bij de grootte van de kamer en de stookbehoefte. De houtkachel brandt het beste wanneer in ‘vollast’ wordt gestookt: dan is de uitstoot het laagst. Heb je te weinig vermogen, dan zal de houtkachel een ruimte niet verwarmen. Is het vermogen groter dan nodig, dan wordt vaak gesmoord gestookt, waardoor meer schadelijke stoffen vrijkomen.

Stoken op een te lage verbrandingstemperatuur, resulteert in een onvolledige verbranding. Dit is niet alleen ongunstig voor de warmteafgifte, maar geeft ook meer uitstoot van fijnstof en rookgassen. Het is ook slecht voor de schoorsteen (meer kans op schoorsteenbrand door roetcondensatie en creosootvorming). Als de ruitjes van je kachel vuil worden is dit een teken dat je niet goed stookt en dat er roet walmt vanuit het verbrandingsproces. Je krijgt dan ook roetaanslag en mogelijk ook creosoot in je rookkanaal. Pas je stookgedrag aan vanuit alle richtlijnen die we op deze webpagina opsommen!

Stookgedrag

Om zo efficiënt mogelijk te stoken en zo min mogelijk uitstoot te creëren heb je wel wat ervaring en kennis nodig. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de kachel hoe je om moet gaan met de schuifjes van de luchttoevoer. Knijp de luchttoevoer niet om de verbranding te temperen, als het te heet wordt, want juist dan ontstaat er een onvolledige verbranding en gaan er veel vervuilende rookgassen de schoorsteen uit. Het smoren, waarbij de luchttoevoer tot een minimum verlaagd wordt met de bedoeling om het hout zo traag mogelijk op te branden en warmteverlies via de schoorsteen te minimaliseren, veroorzaakt een grotere luchtvervuiling door onvolledige verbranding. Ook kan er dan veel gemakkelijker creosoot ontstaan, met een verhoogd risico op een schoorsteenbrand. Indien het te warm wordt is het beter om bijvoorbeeld (tijdelijk) een raam open te zetten. Dat is sowieso goed omdat je goed moet ventileren tijdens houtstook in de kachel.

Het bijvullen van de kachel vraagt een beetje inzicht in wat er in de kachel gebeurt. Elke keer als je de kacheldeur opent, komt er veel koude lucht in de verbrandingskamer waardoor het evenwicht (schone verbranding) wordt verstoord. De kachel heeft dan brandstof nodig om weer op temperatuur te komen. Als er nog kleine vlammen zichtbaar zijn en op de stookbodem een gloeiende massa ligt, is het het beste moment om hout bij te vullen. Open de deur van de kachel rustig om rookontwikkeling te voorkomen. Gebruik eventueel handschoenen om de gekloofde houtblokken in de kachel te leggen.

Ventileer!

Zorg altijd voor een goede ventilatie, het proces van hout stoken gebruikt veel zuurstof. Maar houdt er rekening mee dat een afzuigkap of ander ventilatiesysteem veel lucht (zuurstof) aan uw woning kan onttrekken, waardoor er onderdruk ontstaat. De houtkachel trekt dan niet goed meer en rook kan de woning in komen. Dus kan gevaarlijk zijn, omdat zo ook koolmonoxide in de woning kan komen. Schakel indien mogelijk de afzuigfunctie uit tijdens het stoken. Gebruik liefst natuurlijke ventilatie door een raampje open te zetten

Kleur van de vlammen en de rook

Het is belangrijk om regelmatig te controlen of er goed gestookt wordt door naar de kleur van de vlammen te kijken en/of door naar de rookgassen bij de buitenuitlaat te kijken. Je ziet gele, gelijkmatige vlammen wanneer je goed stookt. Oranje instabiel brandende vlammen geven aan dat de verbranding van het hout niet optimaal is. Ook de kleur van rook uit de schoorsteen laat het stookgedrag zien. Over het algemeen is witte of kleurloze rook een teken van goede verbranding. Als hout beter verbrandt, ontstaat er minder zwarte roet. Donkergrijze rook is daarom een teken dat de verbranding onvolledig is. Zwarte en dikke, vettige rook wijst op een veel te hoog roetgehalte en dus op zeer slechte verbranding. Je buren kunnen dit ook zien, natuurlijk.

Einde stook-sessie

Als je wilt stoppen met houtstoken, stop je met het toevoegen van houtblokken. Bij bijvullen daalt de temperatuur in de kachel, zoals we hiervoor beschreven hebben. Als je dan te weinig brandstof bijvult, bijvoorbeeld maar 1 of 2 blokjes, kan de kachel niet meer goed op de optimale verbrandingstemperatuur komen en gaat slecht branden met als gevolg meer stank en uitstoot. Pas nadat de laatste vlammen uitgegaan zijn en er geen gloeiende massa meer is, kun je de luchttoevoer dichtzetten. Als je de luchttoevoer dichtzet, terwijl er nog hout brandt, zorg je voor een onvolledige verbranding. Met als gevolg meer uitstoot van schadelijke stoffen en vervuiling, ook van je eigen schoorsteen.

Creosoot en schoorsteenbrand

Creosoot in rookkanaal
Creosoot in rookkanaal

Naast dat het voorkomen van overlast bij houtstook belangrijk is voor jouw gezondheid en die van je buren, is er nog een belangrijke reden om zo schoon mogelijk te stoken. Creosoot ontstaat door rook van hout en vocht wanneer men nat hout stookt of wanneer men hout verbrandt bij een te lage temperatuur (teveel temperen of smoren). Creosoot aanslag is een kleverige en penetrant geurende substantie en kan in het ergste geval schoorsteenbrand veroorzaken. Roetaanslag en onverbrande deeltjes hechten zich aan de wand van het rookkanaal tot een brandbare teerachtige substantie. Creosoot ontbrandt bij circa 500°C. Een temperatuur die in het rookkanaal makkelijk wordt behaald!

Hoor je een loeiend geluid in je schoorsteen, alsof er een zware storm aan de gang is, heb je te maken met een schoorsteenbrand. Buiten kun je misschien al de vlammen uit de schoorsteen zien opstijgen. Doof snel het vuur in de kachel met zand of zout, om te voorkomen dat de woning vol rook komt te staan. Blus nooit met water! Eén liter water wordt omgezet in zo’n 1700 liter stoom, dat kan niet snel genoeg afgevoerd worden met als gevolg scheuren in de schoorsteen of een explosie! Sluit direct de schoorsteenklep en zet alle luchttoevoerschuifjes dicht. Bel 1-1-2. Ventileer direct na het doven van het vuur de ruimte. Er kan koolmonoxidevorming plaatsvinden, een reukloos maar dodelijk gas! Bij een schoorsteenbrand kan de temperatuur in de schoorsteen oplopen tot meer dan 1000 graden celsius, dit zal het rookkanaal (RVS buis) en/of het gemetselde rookkanaal ernstig beschadigen hetgeen alleen tegen hoge kosten hersteld kan worden.

Veiligheidsmaatregelen

Stook altijd veilig en tref voorzorgsmaatregelen voor het geval het mis gaat. Zet een emmer met zand klaar om in geval van nood het vuur in de kachel snel te kunnen doven. Plaats in de buurt van de kachel een CO-melder. Het jaarlijks vegen van je schoorsteen is ook vanwege het gevaar op een schoorsteenbrand erg belangrijk! Neem ook alle ‘gewone’ veiligheidsmaatregelen in acht met kinderen in de buurt.

As

Ook as wat op het eerste gezicht afgekoeld is kan nog gloeiende delen bevatten. Gooi de asresten daarom nooit in een container, deze kan gaan smelten of vlam vatten. De asresten moeten altijd in een metalen emmer of bak geschept worden en met een deksel worden gesloten. Laat bij het legen van de asla een paar cm as in de lade liggen op de bodem (dat dooft stukjes brandend hout en gloeiende as die in de lade komen). As mag niet in de GFT-bak.

Houtrookfilter – katalysator

Om de overlast en uitstoot van houtrook te verminderen heeft Ecolink Solutions (vader en zoon Franssen) een houtrookfilter ontworpen namelijk de ABCAT. Deze katalysator werkt ook bij oudere kachels, er wordt zo’n reductie van 75% uitstoot van fijnstof en schadelijke stoffen gehaald. We besteden op deze pagina aandacht aan dit houtrookfilter.

Stoken met open vuur

In het kort nog enkele opmerkingen over stoken in een open haard, vuurkorf, buitenkachel, tuinhaard enzovoorts. Het mag duidelijk zijn, dat een dergelijk vuur veel lucht uit de omgeving aantrekt en daardoor enorm afkoelt. Dat betekent per definitie dat een dergelijk verbrandingsproces nooit de hoge temperaturen zal halen die nodig zijn om de verbranding zo emissieloos als mogelijk te laten verlopen. Daarvoor heb je, naast de andere hiervoor genoemde voorwaarden voor houtstoken zonder overlast, toch echt een gesloten verbrandingskamer met een goed rookkanaal met voldoende trek nodig.

In sommige situaties is het mogelijk om een inzetkachel of -haard te installeren, waarmee je de houtstookinstallatie substantieel kunt verbeteren, indien er een geschikt rookkanaal aanwezig is.

In een buurt waar huizen dicht op elkaar staan, zal open vuur stoken altijd zorgen voor overlast. Ook als het wel voldoende waait, kunnen de rookgassen richting woningen in de buurt waaien. Alleen als er voldoende afstand is om te ‘verwaaien’ (uitdunnen van de uitstoot) zou het aanvaardbaar kunnen zijn, maar dat is een woonwijk vrijwel nooit het geval.

Als je om wat voor redenen dan ook, toch in een ‘open’ omgeving (tuinhaard, buitenkachel, houtpizza-oven, gemetselde barbecue enzovoorts) gaat stoken: zorg er dan voor dat de plek waar je het hout verbrandt zoveel mogelijk overeenkomt met een gesloten verbrandingskamer met een goed trekkend rookkanaal! Een open vuurkorf, vuurschaal of ton voldoet daar absoluut niet aan. Het is overigens ook ronduit ongezond om daarbij te zitten.


Wijbrand Pauw (van Skantiek Houtkachels – houtkachels.nl) is Chemisch Technoloog geeft workshops over stoken zonder overlast, in onderstaande video legt hij het allemaal nog eens uit.

Hout stoken met minder overlast – Wijbrand Pauw (Chemisch Technoloog)