voor wijkbewoners
Zo moet het dus niet

Onderhoud en inspectie PV-installatie

Een PV-installatie heeft niet veel onderhoud nodig. Maar het is wel verstandig om regulier een inspectie te (laten) uitvoeren. De frequentie van zo’n inspectie hangt een beetje af van de omstandigheden waarin de PV-installatie ligt.

Schoonmaken

In de regel is de hellingshoek waarin de panelen liggen zodanig dat de zonnepanelen schoon regenen. Is de hellinghoek minder dan 15 graden dan kan het zijn dat er zich na verloop van tijd onder bij het opstaand randje van het frame wat algengroei voordoet. Ook als je in een vogelrijke omgeving woont, kan het zijn dat de vogelpoep hardnekkig is en er niet automatisch afregent.

viezigheid onder op het paneel
vogelpoep

Ook als je in een industriële of stoffige omgeving woont, of in de buurt van een drukke weg, is het raadzaam om één of meer keren per jaar de zonnepanelen schoon te maken. Gebruik daarbij geen schoonmaakmiddelen en ook geen hogedrukspuit (het risico dat er dan water onder de glasplaat komt is te groot!). Gewoon water met een (zachte!) borstel of zachte doek volstaat. Gebruik geen schuursponsjes of schuurmiddelen, die kunnen de glasplaat beschadigen. Vogelpoep kan scherpe steentjes of schelpjes bevatten en moet je verwijderen met veel water (net zoals op autolak niet te veel wrijven, want dat geeft krassen!).

Zonnepanelen op een plat dak zijn wellicht gemakkelijk bereikbaar, op een schuin dak is dat niet zo. In toenemende mate hebben glazenwassers hulpmiddelen (borstel op telescoopsteel met waterslang voor aanvoer van water) om dit klusje voor je te klaren. Zit er een vogelnest achter de panelen? Deze moet je op tijd weghalen (en dan anti-vogelborstels of vogelschroten laten aanbrengen). Niet alleen belemmeren vogelnesten de ventilatie, ze zijn ook brandgevaarlijk.

Het voordeel van regelmatig schoonmaken is ook dat je meteen een (visuele) inspectie kunt doen.

Inspectie

Het inspecteren van de PV-installatie kun je voor een deel zelf doen. Daarbij moet je op een aantal dingen letten. Zijn de zonnepanelen schoon (genoeg), zijn er inbrandplekken zichtbaar (zogenaamde hotspots). Ligt de bekabeling er goed bij? Liggen ze nog netjes in de buizen of goten, hangt er niets te bungelen. Kijk ook naar de verbindingen (connectoren). Als er geblakerde plekken zijn, is het direct alarmfase rood. Heb je twijfel of ziet er iets niet goed uit, vraag dan een inspectie aan bij je installateur. Deze kan een technische inspectie doen en ook metingen uitvoeren om te controleren of er iets defect is. Er bestaat een aparte certificeringsregeling voor het uitvoeren van inspecties aan PV-installaties: Scope 12 SCIOS Home. Scope 12 is een controleschema voor het uitvoeren van onafhankelijke inspecties (eerste oplevering en periodieke inspecties) van (grootschalige) zonnestroomsystemen. Nadat een zonnestroomsysteem conform Scope 12 geïnspecteerd is, kan men er, met “een gerechtvaardigd vertrouwen”, vanuit gaan dat het gerealiseerde zonnestroomsysteem aan de minimale veiligheidseisen voldoet.

Als je een monitoringsysteem hebt, bouw je in de loop der tijd je eigen kengetallen op. Als de PV-installatie ineens veel minder opbrengst heeft (die niet te verklaren is door verslechterde omstandigheden – zoals schaduwwerking door gegroeide vegetatie – of door weersinvloeden), is dat een goede reden omje PV-systeem te (laten) inspecteren.

De levensduur van de omvormer is niet zo lang als die van de zonnepanelen zelf. Zonnepanelen kunnen 25 tot 30 jaar mee (ze gaan dan ook niet zozeer kapot , maar de degeneratie is dan zo groot dat ze nauwelijks meer opbrengst geven). Een omvormer daarentegen gaat maar ongeveer de helft van die periode mee, zo’n 12 tot 15 jaar. De levensduur van een omvormer wordt mede bepaald door de omstandigheden, als de omvormer regelmatig (te) heet wordt, bekort dit de levensduur aanzienlijk.

Als de omvormer niet of niet goed functioneert, kun je het display controleren of er een errorcode zichtbaar is. Deze kun je dan doorgeven aan je installateur.

Overigens geeft een omvormer twee keer per dag een errorcode, dat er te weinig stroom wordt aangeleverd vanaf de DC-kant, vanaf de zonnepanelen. Dat gebeurt ’s morgen en ’s avonds, als de zon opkomt en als de zon ondergaat! Dat is normaal gedrag, al gebeurt het regelmatig dat de installateur hiervoor opgebeld wordt.

Verzekering

Zonnepanelen vallen onder de opstalverzekering. De verzekeraar zal beoordelen of het binnen de range valt van min of meer ‘normale’ PV-installaties en zal de PV-installatie in het pakket opnemen met een premieverhoging (meestal rond de € 50 tot € 60 per jaar). Er bestaan ook speciale PV-verzekeringen maar die zijn voor residentiële installaties relatief veel te duur geworden, maar daar krijg je onder voorwaarden ook een vergoeding van opbrengstderving als er een defect is.

Er zit wel een addertje onder het gras, bij veel verzekeraars is ‘onzichtbare schade’ niet verzekerd. Dit is een tricky voorwaarde, want wanneer is iets ‘onzichtbaar’? Als het niet waar te nemen is met het blote oog? In het geval van een flinke hagelbui op de zonnepanelen, kan het voorkomen dat er geen zichtbare schade is, maar dat er door grote hagelstenen wel ‘microcracks‘ zijn ontstaan waardoor de zonnepanelen dus gewoon defect zijn geraakt. Schade dus, die alleen maar aangetoond kan worden met een relatief dure Elektroluminescentie-scans (EL-test). Bespreek dit expliciet met je verzekeraar!

Er is de laatste tijd overigens veel te doen rondom het verzekeren van PV-installaties. De Bond van Verzekeraars heeft een speciale Preventiebrochure gemaakt voor verzekeraars. Door de verschillende incidenten is men er wel achter gekomen dat er extra risicofactoren zijn bij PV-installaties als de installatie niet zorgvuldig genoeg gebeurt.

Vandaar dat men ervoor pleit dat PV-installaties alleen door erkende installateurs aangelegd mogen worden. Dat is nu nog niet het geval. Er bestaat wel een keurmerk, kijk hier wat we daarover schrijven.