voor wijkbewoners
PV-installatie

Lijst aandachtspunten PV-installatie

Hieronder staat een lijst met aandachtspunten, bedoeld als hulpmiddel bij het beoordelen van het aanbod van je installateur. Het is ook mogelijk dat je de lijst gebruikt als leidraad in het gesprek met je installateur.

  1. Keuze installateur en aanvragen offertes. Er is sinds 2013 een openbaar, onafhankelijk nationaal kwaliteitsregister van gekwalificeerde vakmensen en vakbedrijven in de (duurzame) bouw- en installatietechniek: QBis.nl. Ga niet in zee met een website waarop je offertes kunt aanvragen (zie onze pagina Advies PV-installatie. Vraag eerst een adviesgesprek aan. Je kunt deze lijst aandachtspunten eventueel als leidraad gebruiken, bereid het gesprek voor. Weet wat je wil vragen en welke punten belangrijk voor je zijn.
  2. De installateur dient in geval van twijfel over de bouwkundige constructie altijd een bouwkundig onderzoek (laten) doen. Op een gebouw / woning met een hoge windbelasting dienen ook de effecten van de windbelasting voor de montage (ballast) van de zonnepanelen meegenomen te worden.
  3. De zonnepanelen moeten voldoen aan alle Europese normeringen: het Europese CE-keurmerk (Conformité Européenne). Het keurmerk is verplicht voor zonnepanelen, aangezien zonnepanelen vallen onder de groep “Ecologisch ontwerp voor energie-gerelateerde producten”; ook moeten ze voldoen aan het IEC keurmerk. Een zonnepaneel krijgt het IEC (International Electrotechnical Commission) keurmerk wanneer deze bepaalde testen heeft doorlopen die conform zijn aan de normen voor de veiligheid van elektrische apparatuur volgens het IEC (test op onder andere duurzaamheid, betrouwbaarheid, meerdere weersomstandigheden en het verloop van het rendement over de jaren heen).
  4. Daarnaast verdient het aanbeveling als de zonnepanelen gecertificeerd zijn door één of liefst meer gerenommeerde keuringsinstituten (RoHAS, TÜV, VDE). Een ISO (Internatioal Organization for Standardization) certificaat is gewenst, want dit betekent dat de producent van de zonnepanelen aan bepaalde veiligheids-, betrouwbaarheids- en kwaliteitsnormen voldoet (ISO 9001 betekent dat er een goed functionerend kwaliteitsmanagementsysteem is, ISO 14001 wordt gegeven wanneer de producent voldoet aan bepaalde eisen betreffende milieumanagementsystemen). ISO gaat dus niet over het product zelf maar over de producent ervan en geeft dus een indicatie over de kwaliteit van de zonnepanelen.
  5. Het PV Cycle certificaat was tot dit jaar een garantie dat aan het eind van de levenscyclus de zonnepanelen makkelijk gerecycled zouden kunnen worden. Sinds 1 maart 2021 zijn alle producenten en importeurs van zonnepanelen verplicht om zich aan te sluiten bij stichting OPEN. Stichting OPEN draagt zorg voor de inzameling en recycling van uw zonnepanelen en alle activiteiten die daarbij horen.
  6. De omvormer dient gecertificeerd te zijn (bij aanmelden van de PV-installatie op energieleveren.nl is dit verplicht). Dit zogenaamde conformiteitscertificaat is verplicht vanaf 27 april 2021!
  7. Het montagemateriaal moet geschikt zijn voor de Nederlandse weersomstandigheden, bouten schroeven dakhaken enzovoorts moeten van roestvrij staal zijn.
  8. Dakhaken op een schuin dak moeten bij voorkeur op het onderliggende dakbeschot worden geschroefd en niet enkel achter de dakpannen gehaakt (pannen kunnen gaan scheuren en daardoor lekken). Er moeten voldoende dakhaken worden gebruikt, ook al buigt het dak een beetje door.
  9. Bij andere soorten dakbedekking (leisteen, zink, e.d.) moet voor die dakbedekking geschikt bevestigingsmateriaal worden gebruikt. Indien de onderliggende constructie brandbaar is, dienen er voldoende maatregelen genomen te worden voor brandbeveiliging, eventueel door een extra brandwerende laag.
  10. Bij gebruik van consoles op een plat dak moet gezorgd worden voor voldoende ballast. Er moet voldoende rekening gehouden worden met de windbelasting van het dak, ook bij een Oost-West opstelling.
  11. De solarkabels (DC) op het dak moeten bij voorkeur 6 mm2 in diameter zijn. Connectoren moeten gestandaardiseerd MC4 met CE keur zijn, bij voorkeur van dezelfde fabrikant.
  12. Solarkabels mogen niet los op het dak liggen, maar in kabelgeleiders of buizen, eventueel met ballast. Connectoren moeten altijd zodanig worden gemonteerd dat ze nooit in het water komen te liggen. Kabels die van de panelen komen moeten in goten worden gelegd, ook onder de panelen, met plus en min bekabeling in aparte goten. Er moet rekening worden gehouden met condenswater.
  13. Om de bekabeling naar binnen te voeren, moeten geschikte dakdoorvoeren worden gebruikt.
  14. Indien er veel vogels in de buurt zitten, dienen er op een schuin dak anti-vogel borstels worden gemonteerd of vogelschroten.
  15. Voor de AC kabel van omvormer naar meterkast moet berekend worden wat de kabelverliezen zijn. Indien meer dan 1% moet de diameter van de kabel minimaal 4 mm2 bedragen. Netbeheerders adviseren inmiddels om voor de voedingskabel voor de omvormer (tussen omvormer en meterkast) 6 mm2 te nemen en deze zo kort mogelijk te houden. De spanning op het elektriciteitsnet kan bij veel in-voeding van zonne-energie in de buurt hoger worden dan 253 Volt, waarbij de omvormer verplicht afschakelt. De netbeheerders doen hun best om de spanning op het overdrachtspunt (in de meterkast) onder de 253 Volt te houden. Bij gebruik van een (te) lange of (te) dunne kabel kan de spanning bij de omvormer snel een paar Volt hoger zijn zodat de omvormer toch afschakelt.
  16. Alle elektra werk dient uitgevoerd te worden volgens NEN 1010 en de NPR 5310.
  17. De omvormer is aangesloten op een eigen groep waar geen andere apparaten op zitten of aangesloten kunnen worden.
  18. De omvormer krijgt een eigen aardlekbeveiliging: aanbevolen wordt om deze op 300 mA te zekeren om te voorkomen dat bij vochtig weer de PV-installatie eruit klapt. Een 30 mA aardlekautomaat is niet verplicht.
  19. De omvormer heeft aan de DC-zijde een aparte werkschakelaar zodat het circuit van de zonnepanelen kan worden onderbroken zodat er geen stroom meer kan lopen (ontkoppelen van de zonnepanelen).
  20. De AC bekabeling heeft een eigen werkschakelaar om de PV-installatie spanningsloos te kunnen maken.
  21. De metalen constructie(s) op het dak is/zijn geaard (verplichting in NEN 1010:2017). Aarding en tracé van de DC-bekabeling wordt in de norm ook beschreven. Indien de PV-installatie is aangebracht binnen het beschermde gebied van een externe bliksemafleider installatie dienen overspanningsbeveiligingen te worden aangebracht in de AC- en DC-bekabeling. 
  22. De AC bekabeling dient nagemeten én goedgekeurd te worden op impedantie en kortsluitvastheid.
  23. Installatie en montage moeten geschieden met inachtneming van alle mogelijke veiligheidsmaatregelen voor mens en goederen. Dit is een belangrijk aandachtspunt. Als de installateur komt installeren, kan het geen kwaad om een oogje in het zeil te houden. Je ziet snel genoeg of de ‘dakhazen’ en de monteurs veilig werken of niet. Ook of ze zorgvuldig omgaan met de materialen. Als een zonnepaneel ruw behandeld wordt, kunnen er ‘microcracks‘ ontstaan.
  24. Alle verplichte veiligheids/waarschuwings-stickers moeten worden aangebracht in de meterkast en op de omvormer.
  25. Indien er gebruik gemaakt wordt van een monitoring systeem dient dit werkend opgeleverd te worden, in het bijzonder als het gaat om een connectie via WiFi.
  26. De PV-installatie dient opgeleverd te worden met goede documentatie, niet alleen de datasheets en gebruiksaanwijzigingen van de materialen maar vooral ook het opleverdocument en de waarden van de metingen bij oplevering. Hiervoor bestaat overigens ook een certificeringsregeling: Scope 12 SCIOS Home. Naast de controle op de technische staat van de installatie zit in deze inspectie ook een risicocomponent met de controle op voldoende draagkracht van de bouwkundige constructie, de ventilatie van in-dak systemen, de brandbaarheid van dakmaterialen, de connectoren en dergelijke. Een goede installateur zal hierbij ook foto’s maken, waarop duidelijk te zien is dat de PV-installatie goed is opgeleverd (m.n. ook de bekabeling).
  27. Garantie. De installateur koopt de materialen in en geeft meestal de standaard fabrieksgarantie op zonnepanelen en omvormer(s). In principe ga je een overeenkomst aan met de installateur en daarom is van belang hoe lang er garantie wordt gegeven op de totale installatie. Als bijvoorbeeld een omvormer defect raakt binnen de garantietermijn, dient ook de (her)installatie onder de garantie te vallen. De installateur dient dus ook garantie te geven op het installeren zelf. Kijk op de website van Milieucentraal voor de verschillende soorten garantie.
  28. Pas op met aanbetalingen! Vaak krijg je een argument te horen dat er materialen ingekocht moeten worden. Volgens de wet mag een aanbetaling maximaal 50% zijn. Maar aanbetalen is niet verplicht. Het is voor installateurs een mogelijkheid om de orderportefeuille op een makkelijke manier gevuld te houden, en het creëert een situatie dat er geen prikkel meer is voor de installateur om de doorlooptijd van offerte tot realisatie zo kort mogelijk te houden. Bovendien is er altijd een extra risico dat de installateur failliet gaat. Een installateur kan een aanbetalingsgarantie-verzekering afsluiten. In geval van faillissement krijg je dan je aanbetaling terug. Ga dus niet zomaar akkoord met een aanbetaling.
  29. Bij residentiële installaties is het mogelijk om de btw terug te vragen. Raadpleeg de website van de belastingdienst voor meer informatie.

Even een opmerking van de reikwijdte van bovengenoemde punten, met name voor zover het gaat over de verplichte NEN-norm en de NPR. Wij noemen enkel wat hoofdpunten. Want je moet zowat zelf een elektrotechnisch installateur zijn om op detailniveau te weten wat deze regelgeving allemaal inhoudt. Het gaat er om dat je in gesprek met de installateur kunt gaan hierover. Want het is wel van belang dat je een goede indruk krijgt van je installateur, dat hij de regelgeving wel serieus neemt en alles veilig zal aanleggen. Beoordeel je installateur dus ook op deze aspecten.

Op de pagina Bekabeling en installatie gaan we in op het belang van de veiligheid van PV-installaties. Er komt heel wat bij kijken om de installatie goed en veilig te doen. De hoeveelheid incidenten (95 branden tussen 2018 en 2020) geeft aan dat de betrokken installateurs het allemaal niet zo nauw namen.

Keurmerk

Moet je de PV-installatie laten aanleggen door een PV-erkende installateur? In de installatiewereld wordt veel gewerkt met keurmerken, als proeve van bekwaamheid. Voor installateurs die gecertificeerd zijn om PV-systemen te installeren, bestaan het keurmerk Zonnekeur (sinds 2013) en de erkenningsregeling Zonnestroomsystemen van InstallQ (bestond al eerder, maar nieuwe versie sinds feb 2021). In de beginperiode van Zonnekeur werd het gehele bedrijf gecertificeerd als één medewerker het certificaat had gehaald. Tegenwoordig horen daar wat meer controles bij op de bedrijfsvoering en handhaving van de kwaliteitsnormen. Dus: liefst een installateur die gecertificeerd is.

Garantiefonds is flauwekul

Je ziet regelmatig een reclame van het Garantiefonds SGZE (Stichting Garantiefonds Zonne-Energie – opgericht door een aantal installateurs in de zonnepanelen-branche). Er zijn overigens nog een aantal van dergelijke garantiefondsen, maar die springen niet zo in het oog. Moet je nu kiezen voor een installateur die bij SGZE is aangesloten? Wij zijn van mening van niet. Installatiebedrijven moeten fors betalen om zich hierbij aan te sluiten en er worden wat eisen gesteld. Het idee is dat kopers altijd aanspraken kunnen blijven maken op garantie, als het installatiebedrijf dat het PV-systeem heeft geleverd niet meer bestaat. Er zijn veel installateurs die een verklaring geopenbaard hebben, waarom ze niet meedoen aan de SGZE. De garantie die feitelijk geboden wordt, blijft vaag en onduidelijk (alleen 30% van aanbetaling krijg je terug en dat moet ook nog allemaal via een geschillencommissie). De installateurs moeten duizenden euro’s per jaar betalen om zich er bij aan te sluiten, en circa € 200 per installatie afdragen. Dat noemen wij geen garantieregeling maar een verdienmodel uit de categorie “I’ll make you an offer you can’t refuse”.

Zo’n garantiefonds speelt eigenlijk in op een onzekerheidsgevoel van klanten: wat als de installateur failliet gaat? Als je offertes gaat beoordelen, neem dan in je overwegingen mee, hoe groot de kans is dat de installateur failliet gaat. Kies voor een bedrijf dat een goede indruk maakt en ga niet in zee met de ‘cowboys’ in de branche die wellicht wel de goedkoopste offerte neerleggen. Neem het ook mee in je beoordeling van de aangeboden producten: er zijn geen slechte zonnepanelen meer op de Europese markt (ze moeten voldoen aan allerlei normen). Ook omvormers moeten voortaan gecertificeerd zijn. Hebben de fabrikanten voorbeeld een kantoor in Nederland of in West-Europa? Is dat niet het geval dan worden de producten geïmporteerd en is het wellicht mogelijk om de importeur aan te spreken.

Links

Artikel Solarmagazine Het Delftse Materials innovation institute (M2i) heeft het rapport ‘Kansen en uitdagingen voor circulaire Zon PV’ gepresenteerd. Het bevat 2 roadmaps, een actieplan en een keuzekaart voor circulaire zonnepanelen.

Rapport ‘Kansen en uitdagingen voor circulaire Zon PV’

Schaarste zeldzame metalen risico schone energie

De vuile strijd om de metalen van de toekomst

Er komt een run op metalen voor schone energie, en die komen niet vanzelf uit de grond

Gebruik zeldzame metalen voor zonnepanelen, niet voor Playstations

Informatieblad duurzaam gebruik van daken – Zon op daken en groen of groen-blauwe daken – Rijksoverheid: informatie over de juridische aspecten van duurzaam gebruik van daken, zoals het plaatsen van zonnecollectoren en zonnepanelen en het aanleggen van een groen of groen-blauw dak.