voor wijkbewoners
energiebesparing

Energiebesparing

Als je wilt besparen op je energierekening, hoef je niet meteen grote investeringen te doen. Je kunt beginnen met wat kleine maatregelen en aanpassingen in je eigen gedrag Overstappen naar een andere energieleverancier kan helpen om je energierekening omlaag te krijgen (kies vooral voor een echt groene energieleverancier).

Isoleren en ventileren

Het dichtmaken van kieren rond ramen en deuren met tochtstrippen of zelfklevend tochtband helpt enorm mee om tocht te voorkomen. De warmte blijft binnen en de kou buiten. Het is belangrijk om goed te ventileren: droge lucht warmt sneller op dan vochtige lucht en kost dus minder energie. Gooi ’s morgens kort de ramen open, dan verdwijnt de vochtige lucht uit huis (de relatieve vochtigheid van buitenlucht is altijd minder!).

Tocht

Wil je je woning echt kierdicht maken, moet je een blowerdoortest laten uitvoeren. Je kunt ook een wat simpeler onderzoek(je) doen naar de luchtstromen in je huis, zodat je weet waar het tocht:

  • loop met een brandende kaars door je huis, stop regelmatig en kijk welke kant de vlam op gaat
  • plak memoblaadjes op wand, muur of plafond waar je denkt dat het tocht, waaien ze weg dan heb je een mogelijke bron te pakken
  • maak je vinger nat en voel waar de luchtstroom vandaan komt
  • hang een dun draadje aan het plafond, blijft het niet stilhangen dan heb je vermoedelijk daar een tochtprobleem.

Bewuster omgaan met apparaten

  • Laat lampen niet onnodig branden, ook als je voor korte tijd een ruimte verlaat loont het de moeite om het licht uit te doen. Ook een TL-buis (die gebruikt wel iets meer stroom bij het aandoen, maar dat is vergelijkbaar met 4 à 5 seconden brandtijd, dus gewoon uitdoen!). Vervang gloeilampen en halogeenlampen door ledverlichting (zie de keuzehulp van Milieucentraal). Je hoeft niet meteen alle lampen te vervangen, begin met de lampen die het meest aan zijn. Ledlampen zijn tot 85% zuiniger! Gebruik je vaak een dimmer? Zet er dan een lamp in met een lager wattage.
  • Zet elektrische apparaten zoveel mogelijk uit, in plaats op stand-bye. Trek de stekker er uit. Denk hierbij ook aan opladers van telefoon, tandenborstel, babyfoon. Laat deze niet ongebruikt in het stopcontact zitten (je kunt voelen dat ze nog warm zijn, dus ze verbruiken energie). Let ook op onnodig opladen: wanneer een apparaat is opgeladen trek dan de oplader uit het stopcontact.
  • Een laptop is een stuk zuiniger (tot zo’n 70%) dan een desktopcomputer met een monitor. Een tablet gebruikt nog minder energie dan een laptop. Moet je toch een pc gebruiken, gebruik dan de sluimerstand (beeldscherm uit na een aantal minuten).
  • Koop energiezuinige apparaten, als je een apparaat moet vervangen. Kijk niet alleen naar de aanschafprijs, maar naar de elektriciteitskosten gedurende de levensduur. Duurder is meestal ook een stuk zuiniger, waardoor je over de gehele levensduur van een apparaat toch een stuk goedkoper uit kunt zijn. Kijk daarvoor naar het energielabel. Raadpleeg de website van Milieucentraal: energielabel/apparaten.
  • Je kunt beter een ventilator gebruiken dan een airco, dat kost veel minder energie.
  • Het is handig om te weten wat de energieslurpers zijn in je huis. Een beruchte slurper is de Settopbox voor de tv, ook de eco-stand daarvan verbruikt vaak nog erg veel energie. Uitzetten dus, of een (digitale) schakelklok gebruiken! Een apparaat dat erg warm wordt bij gebruik, gaat inefficiënt met de energie om, dus zo min mogelijk gebruiken of vervangen. Om inzicht krijgen in je energiegebruik kun je gebruik van een energieverbruikmanager. Veel energieleveranciers geven ook zicht in je verbruik via maandelijkse overzichten. Je kunt je eigen verbruik vergekijken met dat van anderen via de Nibud-website.

In de keuken

  • Schakel over op elektrisch koken, en dan met name naar inductie. Daarvoor moet er wel een aanpassing gedaan worden aan de elektriciteit (3 fasen stroom), dus doe dit bij voorkeur als je bijvoorbeeld een nieuwe keuken aanschaft.
  • Laat de afzuigkap niet te lang aanstaan. Die kost energie, maar zuigt ook warme lucht af waardoor de woning koeler wordt.
  • Laat de oven na gebruik nog even openstaan: de warmte stroomt dan het huis in en dan hoeft de verwarming minder bij te springen.
  • Als je reeds elektrisch kookt, kost het minder energie om water met een waterkoker aan de kook te brengen.
  • Heb je een elektrische ‘close-in’ boiler onder het aanrecht, lees dan de tips op deze pagina.
  • Gebruik bij elektrisch koken een pan met een vlakke bodem voor een optimale warmteoverdracht. Gebruik altijd een deksel op de pan, er ontsnapt dan minder warmte maar ook vocht, je voorkomt zo ook teveel vocht in huis.
  • Zet de vaatwasser pas aan als deze vol is en gebruik hem op de eco-stand.
  • Zet de temperatuur van de koelkast niet te laag (tussen 4 en 7 graden). Een vriezer is bij -15 graden koud genoeg. Heb je een tweede koelkast, zet deze dan alleen aan als je hem echt nodig hebt.
  • Een koelkast moet aan de achterkant minimaal 10 cm ruimte hebben om de eigen warmte kwijt te kunnen. Zet hem niet de buurt van een verwarming. En houdt de achterkant (de koelelementen en de condensor) schoon. Als deze onderdelen stoffig zijn, werkt de koelkast minder efficiënt. Controleer ook of de deur nog goed sluit, zo niet, maak de afsluitstrip schoon of vervang deze. Doe de deur van de koelkast zo snel mogelijk weer dicht, er komt zo niet alleen warme lucht maar ook meer vocht in de koelkast.
  • Dek eten altijd af, om onnodig vocht in de koelkast te voorkomen. Door condensvorming werkt hij minder goed. Laat eten eerst afkoelen voordat je het in de koelkast plaatst. Ontdooi ingevroren etenswaren in de koelkast en niet in de magnetron. De kou die vrijkomt wordt gebruikt voor de koeling, hierdoor verbruikt de koelkast minder energie. Plan dit goed, als je het bevroren product alsnog in de magnetron moet laten ontdooien, kost dit juist extra energie.
  • Ontdooi de vriezer regelmatig, en doe dit meteen als er meer dan 4 mm ijs aan de randen zit.
  • Gebruik een thermoskan om de koffie warm te houden, zet het warmhoudplaatje en dus het koffieapparaat direct uit.
  • Ontkalk regelmatig alle apparaten die water gebruiken! Dus niet alleen de waterkoker, het koffiezetapparaat, maar ook de vaatwasser en de wasmachine. Voor de laatste 2 apparaten kun je speciale ontkalkers kopen. Dergelijk onderhoud verlengt niet alleen de levensduur van het apparaat, maar bespaart ook energie omdat een verwarmingsspiraal efficiënter werkt zonder kalkaanslag. Een wasmachine of wasdroger trekt vaak ook veel stof aan, het is belangrijk om deze apparaten goed schoon te houden. 14% van de binnenbranden wordt veroorzaakt door een wasmachine of droger (door de combinatie van een gloeiend verwarmingselement, een verstopte ventilator en stof kan de warmte niet weg hetgeen tot brand kan leiden). Zorg dat er een goede rookmelder is geïnstalleerd bij dergelijke apparaten!

Wassen

  • Was op 30 graden i.p.v. 60. Je bespaart zo veel energie, de was wordt zo even schoon. Bij allergieën, bijvoorbeeld voor de huisstofmijt, is het wel van belang om bijvoorbeeld het beddengoed iets heter te wassen. De was drogen in de zon helpt hier overigens ook bij.
  • Was altijd met een volle trommel. Als je een nieuwe wasmachine moet aanschaffen, let dan op het energielabel maar ook op de capaciteit van de trommel zodat je zo efficiënt mogelijk kunt wassen.
  • Zorg dat je de was goed laat centrifugeren, zodat deze zo droog mogelijk is als deze de droger in gaat. Hang de was zoveel mogelijk buiten te drogen, dat bespaart energiekosten.
  • Als je een dubbele meter hebt, is wassen tijdens het daltarief iets goedkoper.
  • Zet de wasmachine helemaal uit. Als er nog lampjes branden, is er sprake van sluipverbruik.

Water

  • Als het enige tijd duurt voordat het water van de douche warm wordt, gebruik dan een emmer om het nog koude water op te vangen en gebruik dit om bijv. de wc te spoelen of je planten water te geven. Gebruik een waterbesparende douchekop, dit scheelt ook energie!
  • Als je dingen, zoals groenten en fruit, afspoelt in de gootsteen of je wast je handen zonder zeep, zet er dan een bak onder. Je kunt in dat water nog andere dingen wassen, gebruik het opgevangen water uiteindelijk voor je planten.
  • Gebruik op je wc zoveel mogelijk de kleine doorspoelknop.
  • De vaat voorspoelen voordat deze de vaatwasser in gaat, is niet nodig en zelfs af te raden (verwijder wel eerst alle grove etensresten). De enzymen in het afwasmiddel hechten zich aan de etensresten die zo zullen worden afgevoerd.
  • Koppel je regenpijp af en plaats indien mogelijk een regenton. Je kunt daarmee je planten water geven of de tuin besproeien. Ook fungeert een regenton als een welkome buffer tijdens een hoosbui.
  • Ga niet je tuin of planten besproeien in de volle zon. Het meeste water verdampt dan, en ook vormen de waterdruppels een mini-loepje op de bladeren waardoor de zon op dat plekje door inbranden het blad beschadigt. Sproei ’s ochtends heel vroeg of ’s avonds. Geef niet te vaak water, de wortels worden dan lui en gaan minder diep wortelen.

Verwarming

  • Verwarm alleen de ruimten waar je aanwezig bent (zie verderop over de thermostaat), houdt (tussen)deuren gesloten (warmte binnen houden).
  • Voorkom warmteverlies door de gordijnen dicht te houden. Zorg wel dat de gordijnen niet een radiator of convector bedekken.
  • Geef radiatoren ruimte om hun warmte kwijt te kunnen, zet er geen bank voor of lange gordijnen.
  • Leg dekens op de bank, doe pantoffels aan. Je hebt het dan minder snel koud zodat je de verwarming minder hoog hoeft te zetten.
  • Zet de CV-pomp zo laag mogelijk. Als niet alle radiatoren in huis open staan, hoeft de CV-pomp niet op hoge snelheid te werken.
verwarming
  • Ontlucht de radiatoren regelmatig (lucht geleidt de warmte minder goed).
  • Neem een douche i.p.v. een bad: een bad verbruikt 3 keer zo veel energie. Probeer dagelijks 1 minuut korter te douchen (minder water en energieverbruik).
  • Gebruik zo min mogelijk een elektrische kachel, deze gebruiken veel stroom.
  • Zet je thermostaat op 15 graden als je niet thuis bent.
  • Zet minstens 1 uur voor het slapen gaan de thermostaat op 15 graden. Lager kan eventueel ook, maar dan moet je wel letten op mogelijke vochtproblemen in huis. Heb je vloerverwarming of verwarm je een verder goed geïsoleerd huis met een warmtepomp, dan kun je de temperatuur beter op een constant niveau houden. Anders duurt het opwarmen te lang.
  • Heb je een vloerverwarming met een aparte pomp, schaf dan een vloerverwarmingspomp-schakelaar aan. De voeler van deze klok bevestig je op de aanvoerbuis van warm water: zodra deze bij warmtevraag heet wordt, schakelt de pomp in. Een dergelijke schakelklok zal automatisch één keer per 24 uur aanspringen om te voorkomen dat de pomp vast komt te zitten bij langdurig stilstaan.
  • Kijk of je CV-ketel ook alles warm krijgt door de ketel op 60 graden te zetten.
  • Overweeg radiator-ventilatoren.
  • Plaats radiatorfolie achterop je radiatoren, tussen de radiator en de (niet geïsoleerde) buitenmuur. Dit is ook voor niet-klussers gemakkelijk te doen. Je houdt zo de warmte binnen i.p.v. dat de warmte via de buitenmuur verdwijnt.
  • Isoleer de leidingen van je CV, met name in ruimten die je niet verwarmt.
  • Zet de verwarming een graad lager.
  • Krijg je het niet of moeilijk warm? Op de pagina CV-optimalisatie kun je lezen wat je kunt doen.
  • Met een thermostaat bestuur je de CV-ketel. Daar zitten ook mogelijkheden voor energiebesparing. Met een programmeerbare thermostaat kun je automatisch regelen wanneer de verwarming hoger of lager gezet moet worden. Een slimme thermostaat kan het ook mogelijk maken om de verwarming op afstand te bedienen, zodat bijvoorbeeld het huis opgewarmd is als je weer thuis komt. Ook is het dan mogelijk om ‘verschillende programma’s’ in te stellen, zodat de verwarming in het weekend, als je uitslaapt, wat later aan springt. Ook zit er een ‘niet thuis’ stand op, waarmee de verwarming lager wordt gezet als je buitenshuis bent. Zo’n thermostaat is vaak ook ‘zelf-lerend’, als je instelt dat het ’s morgens om 08:00 uur warm moet zijn, zal de thermostaat zelf na verloop van tijd weten hoe laat de verwarming moet aanspringen om het op de gewenste tijd voldoende warm te laten zijn in de ruimte.
  • Een speciale variant op zo’n slimme thermostaat is de ‘zone-verwarming‘. In combinatie met slimme thermostaatknoppen op de radiatoren in de verschillende ‘zones’ in je woning, kun je per zone de verwarming instellen. De temperatuurvoelers in de slimme thermostaatknoppen geven dan een seintje naar de ketel wanneer er een warmtevraag is. Ook de ‘zelf-lerende programma’s’ zijn mogelijk. Dit helpt enorm mee om alleen de ruimten te verwarmen waar je aanwezig bent.

Links

(Diverse hier opgenomen tips zijn ook te vinden via onderstaande links)

50 energiebespaartips van RegionaalEnergieloket

Stroom verbruik apparaten

7 hulpmiddelen tegen tocht

Slimme buur – Waar buren elkaar adviseren over energie besparen

Maak gebruik van regenwater